Xanadroef – een rapport


Het lijkt alsof ‘Droef’-evenementen intussen al meegaan sinds mensenheugenis en iedereen is de tel kwijt, maar ‘Xanadroef’ was de 28ste editie van het hoofdpodium, 5 edities buiten categorie buiten beschouwing gelaten. 28! Dat zou bloemen noch kransen kunnen verdienen. Hopelijk werd Xanadroef ook de laatste niet-echt-live-editie van het evenement, dat weliswaar live vertoond werd in café ’t Postje op de Korenmarkt in (uiteraard) Gent, maar het nog altijd zonder live artiesten en dito podium moest stellen.
Xanadroef was een beetje een ‘wereldeditie’, met artiesten uit Mexico, Kaapverdië, Zambia, Peru, Argentinië, Indonesië, Nederland en zelfs Antwerpen.

Deel 1


De 28ste editie werd geopend door melancholieke pianotoetsen van Leuvenaar Nabil Khazzaka, die het evenement helemaal op het einde ook zou afsluiten. Zijn stuk, ‘Per aspera ad astra’ (‘Via tegenspoed tot aan de sterren’) klonk bekend in de oren, zeker geen slecht teken, maar een zoektocht nadien leverde enkel gelijknamige stukken op van metalbands, goa-trance-projecten, Duitse blaaskapellen en een geairbrushte Amerikaanse componist die er als een rockster probeert uit te zien. Rest dus de vraag: vanwaar kwamen die hemelse tonen uit Nabils piano toch?


De presentatie van Xanadroef was in handen van Sarah De Grauwe, die eerder al te gast was geweest op andere edities als performer, en voor de gelegenheid gehesen was in een kek airhostess-uniformpje. Maar goed, Sarah komt met alles weg, waarschijnlijk ook een gescheurde juten patattenzak. De luchtvaartscherts was niet zonder reden, overigens, want de stok werd doorgegeven aan Eduardo Cabezudo Tovar uit Peru. Er was Engelse ondertiteling voorzien van zijn poëzie, maar zelfs zonder Spaans te begrijpen rolden Eduardo’s klanken er ritmisch en muzikaal uit, gestut door een metrum dat in Nederlandstalige poëzie vandaag niet echt meer gebruikt wordt, maar in het Spaans wel werkt.


We bleven nog in Peru met Kristell Yeshenia, een rode nachtegaal die zich kweet van enkele Peruaanse levensliederen met begeleiding op gitaar, waarbij ook een shout-out naar de wereldwijde Peruaanse diaspora niet mocht ontbreken. Er kwam nog meer muziek aan daarna, en wel uit Argentinië (hier zou ergens de grap moeten komen of één van de Droef-organisatoren soms een lief heeft in Zuid-Amerika, maar het is geen grap, hij heeft een lief uit Zuid-Amerika). Dos x Tango, een man-vrouw duo, bezong de universele waarheden van hartzeer, dat zelfs voor wie geen Spaans verstond, overduidelijk was door de melancholieke stem en gitaar.


Air Droef steeg weer op en stak de Stille Oceaan over naar Indonesië, waar Arjan Onderdenwijngaard het publiek onderhield over het boek ‘Multatuli leeft’, dat hij zelf schreef over Multatuli’s ‘Max Havelaar’, dat hem inspireerde om zelf naar Indonesië te reizen (en uiteindelijk te verhuizen). Plus ça change, plus c’est la même chose, zegt Arjen – veel van de machtsmisbruiken, onrechtvaardigheden en verschrikkingen die Multatuli ongeveer 150 geleden beschreef, bestaan nog altijd op Lebak, het eiland waar een groot deel van ‘Max Havelaar’ zich afspeelt.

Daarna was het de beurt aan Adilça Rodrigues Soares, wier roots zich bevinden in Kaapverdië, de andere kant van de wereld (voor de kust van West-Afrika), maar die zelf bivakkeert in Rotterdam, wat toch ook weer een andere wereld is. Haar monoloog (die in drieën gesplitst begon) en overliep in slam poetry, was een interessant symbool voor de versplinterde identiteit van veel Kaapverdiërs, die zelden een exact antwoord kunnen geven waar hun families vandaan komen omdat velen onder hen voortkomen uit families van slaven en slavenhandelaars.


Uit Zambia dan was er Vanessa Chisakula (Van-Van) en Msiz’ Kay, die een kerkachtige, galmende rede bracht die deels ode was aan het hele Afrikaanse continent, deels een verlangen naar vrede (dat zo uitgeschreven nogal lamlendig lijkt maar het niet was) en een aanklacht tegen geweld, verdeeldheid en oorlog.


Waren alle vorige artiesten nog enigszins een logische opeenvolging van elkaar, met melancholie, politiek, anti/postkolonialisme en flair die we met een dom cliché ‘zuidelijk’ zullen noemen, kon het contrast niet groter met Birchpunk (Sergey Vasilev), die ons vanop zijn cyberpunkboerderij in de streek van Rjazan in Rusland met drones begroette. De speciale effecten van birchpunk en de half-komische uitnodiging om op zijn boerderij te komen werken brachten een sfeer teweeg van ‘used future’ of, opnieuw, het plus ça change, c’est la même chose.


De vrolijke Sergey ruimde plaats voor Mariposa, een Spaanse dichteres uit Sevilla met eerder dromerige poëzie die nu eens neigde naar psychoanalyse, dan weer naar kleurrijk surrealisme. Sarah De Grauwe zette Air Droef vervolgens even aan de grond op de Belgisch-Nederlandse grens bij Sven De Swerts & Patricia Swart, met Swart op hobo (?) en De Swerts op Antwerps dat leek te emaneren vanuit een donker keldergat. Vanuit laag perspectief opgenomen beelden uit droog stro, kreupelhout en bij/door een donker masker incluis.


Ro El Ateo (herkomst volgens Sarah “ergens uit Midden-Amerika”) vergastte het publiek op ritmisch gitaarspel met tekst die qua existentiële vertwijfeling bij De Swerts & Swart aansloot, maar qua muzikale sfeer een bocht van 180° nam. We bleven hangen in het psychologische met Joanah Madzime’s ASMR-achtige monoloog die een bewust monotone, zieke maar indrukwekkende vervlechting uitdrukte tussen depressie, technologie en eenzaamheid. “Depression is when happiness is exhausting.”

Voor de rook- en borrelpauze was er nog Veruca Salt met alt-rock die weggelopen leek uit de hoogdagen van een MTV dat nog muziekclips speelde en deed denken aan PJ Harvey, 4 Non Blondes of Soundgarden, begeleid door filmfragmenten van over de hele halve wereld die we zonet bereisd hadden.
[Noot van de redactie: alle beelden waren in Perú!]

Deel 2


Na de koffie in het gezelschap van een verlopen pinguïn die aerobics-les gaf vanuit een kartonnen doos (je denkt dat ik dit verzin, maar nee), brak deel 2 aan met S.K. Belleman. Oppeppende belhop met de koeientong diep in de eigen wang geplant. “We zijn hier nu toch, dus we doen maar beter voort.” Na de mannen in beanies was het de beurt aan Evita La Mamacita, die debuteerde bij gesloten gordijnen onder een groezelige kamerplant met Franstalige poëzie waar een mens niet vrolijk van wordt, maar waarom zou dat dan ook in godsnaam de bedoeling zijn geweest?

Cinema dan – een outtake uit een te verschijnen film uit Indonesië met de titel ‘Sanctuary’, [red: dit was feitelijk de volledige kortfilm] waarin twee zussen doen wat ze kunnen om binnenskamers te overleven terwijl buiten een gevaarlijk virus rondwaart en muteert. In 2015 zou dat een goeie achtergrond geweest zijn voor een low-budget scifi-prent, vandaag is het realisme. Ik kon enkel maar hopen dat niemand nog had gehoopt er vrolijker op te worden, want Zwarte Poëzie kwam eraan, new wave uit Nederland die als kind duidelijk in de ketel met Trisomie 21 gevallen was (de band, niet de aandoening). De band stond er zwart en strak als Dr. Strangelove zelf.


Tempus Quartet haalde ons uit een doorregend Nederland naar Mexico, waar de band met veel gevoel voor epiek en drama – pizzicato violen, grote cello’s, bloemen in het haar, poncho’s en tremelo’s galore, Dia de los Muertos-make-up! De band zoog ons mee in een wereld van grootse emoties en voor Droef serieus sterke production values. Naar het einde werd er nog een soort double bass en elektrische violen op gegooid ook, want waarom niet. Straf.

Na zo veel episch machtsvertoon dan maar echte epiek, met Oryelle en ‘The Great Bard Orpheus Went to Tartarus, the Underworld’. De langste titel en meteen ook het langste stuk van Xanadroef, dat zich nochtans aankondigde als een ‘korte versie’. Ik moest denken aan de sketch van Jiskefet waar iemand een zeer postmodern theaterstuk bijwoont onder een ingespannen toekijkend publiek en af en toe gewoon ‘raar!’ uitroept. Dan maar d’Anticlown, waar Franky Bordo nog snel even voor de ontzette Sarah kwam aandraven met een bruine Leffe. Gelukkig kwam er geen echte clown aan te pas, maar een op sterke visuals gezette danse macabre die alom de onheilspellendheid predikte.


Voordat Nabil Khazzaka terug mocht afsluiten, was er nog Frans van der Meer, die aanstekelijke country bracht gekleed als een IT’er, en een zombie-apocalyps bezong die zich voor zijn ogen voltrok. Een gepaste afsluiter voor een Droef-editie die tegelijk bijzonder kleurrijk en divers was, maar dan eerder van het type manische energie die je zou hebben als je bovenop een Vesuvius zou dansen die op uitbarsten staat. “These are my final words,” indeed.

2 Antwoorden op “Xanadroef – een rapport”

  1. Laatste rechtzetting: dit was daadwerkelijk de 28e Droef editie, juist niet de handvol ‘andere’ weggelaten, het totaal. We vonden het een leuk detail om op de 28e juli, wanneer Perú 200 jaar onafhankelijkheid vierde, onze 28e editie te kunnen vieren (en 4 jaar Droef).

  2. Zie trouwens ook onze instagram om wat foto’s te zien van onze ‘live viewing’ in ’t Postje, in voornamelijk Peruaans gezelschap!

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *